Marina Palej – Postkaart aan Cordoba

Marina Palej

Postkaart aan Cordoba (1998)

Beluister de audio opname

 

POSTAL a CÓRDOBA

Jij zult deze ansichtkaart wel niet ontvangen, ik weet niet eens precies waar je woont.
Bovendien, mijn gebrekkig Spaans sluit uit dat je mij begrijp.
Desondanks stuur ik je woorden, cyrillische, ook dat nog,
Voor jou even leesbaar als tekens op een Egyptische piramide.
De dag schakelt geleidelijk al zijn klanken uit. Het stof van de laatste auto’s
laat de wig van licht, die de leegte van de kamer doorkruist, tot rood verkleuren.
Alsjeblieft, laat gaan mijn hart. Alsjeblieft, laat het nooit meer los.

Ik laat je, als op een videoclip, een land zien waar ik allang niet meer woon.
Kijk daarom goed: er vliegen kleine stationnetjes voorbij:
Totma — Knjazjevo — Krasnij Lug — Semjonovka — Nikolsjino — Brody, —
overal vrouwen met teiltjes gekookte aardappelen tegen de buik, jonge verkopers van zonnebloemenpitten, vechtende invaliden, treinen denderen uit de andere richting, vuilnishopen flitsen voorbij, ravijnen, hondenbruiloften,*
roestende tractors in bloeiende weilanden. Aan het raam stroomt als bij toeval het dorp Bolsjije Opotsjivaly** voorbij. Ach hoe sterk is er de geur van de banja,*** van de mest en de chemicaliën, de geur van warme dennennaalden in juli!..

In de ziekenhuizen verrekken kinderen er als vliegen,
schoolmeisjes zijn er de tel van hun abortussen kwijt,
en iedereen schiet er met scherp: uit woede, uit angst, maar meestal om niets.
Soms is er gebrek aan ossenvlees,
maar aan mensenvlees is er nooit gebrek geweest,
al zijn de mannetjes er met wodka vergiftigt
en de kortheid van het bestaan wordt er gezien als ’n zegen,
maar daar in dat land bracht ik mijn kinderjaren door
met een droom als stralend perspectief,
en daar zei ooit een dronkenlap tegen mij: “Wordt gelukkig, jonge dame!”
Waar zal ik ooit zoiets nog horen?
Begrijp je wat ik bedoel? Begrijp je mij? Begrijp je?

Ik kan me niet voorstellen
dat er echt een rivier bestaat die Guadalquivir heet.
Dit kan ik mij wel inbeelden:
ik vaar op de Svir, de oevers verdrinken in bloemen…
Het spiegelgladde oppervlak hypnotiseert me… Het is alsof er
op de bodem elk moment een sprookjesstad kan verschijnen…
En plotseling, na de bocht, zie je weer scherp:
duizenden doden, staan in een eindeloze rij, op de bodem,
langs de hele lengte van het Belomoro-Baltijskij Kanaal!..****
Daar is hij dan, de stad Kitezj,***** in het land van mijn kinderjaren!

Aan de oppervlakte, op de weilandjes langs de oever stoeien kalveren…
Daar hebben de stieren net zulk rood bloed als hun soortgenoten in Spanje,
als men ze levend met een mes de aorta openrijt,
en het bloed snel door de uitgedroogde aarde wordt opgezogen.
Of dacht je dat alleen in Córdoba de aarde zonder bloed zo razend uitdroogt?
Alsjeblieft, laat gaan mijn hart. Alsjeblieft, laat het nooit meer los.

1998
Rotterdam

— — — — — — — — — — — — — — — –
* ‘Hondenbruiloft’ – Als de teef loops is, verspreid ze een heel speciale geur die de mannetjes uitnodig tot
paren. Meerdere mannetjes tegelijk lopen dan achter haar aan in een orgie van geblaf en gebijt.
** Het woord ‘Opotsjivaly’ uit de plaatsnaam ‘Bolsjije Opotsjivaly’ kan geassocieerd worden met drie woorden en ‘potsjivat;’ – ‘slapen’, ‘potsjt’ – ‘sterven’, ‘opotsjivalnja’ slaapkamer. ‘Boljiije’ betekend ‘groot’
*** ‘Banja’ betekent ‘badhuis’.
**** ‘Belomoro-Baltijskij Kanaal” – Tijdens het Stalinregime kunstmatig aangelegd kanaal. Daar werden gevangenen uit de concentratiekampen aangezet tot dwangarbeid.
***** ‘Kitezj’ – volgens de Slavische mythologie een sprookjesstad die zich ergens op de bodem van een meer bevindt.

Vertaling: Silvana Wedemann
Tijdschrift voor Slavische literatuur no.25, juni 1999

Marina Palej – Haren Ontvlechten

Marina Palej

Beluister de audio opname

 

 

Haren ontvlechten.

ik haal hier mijn vlechten uiteen, in drie waterlopen
die grijze hier, daarvan laat ik de eigenaar open —
of liever, voor mij — als ijskoude wintervriendin
het zout van mijn brein zit iets dodelijks in

het tweede riviertje is diep ravenzwart, harsig vocht…
‘k verbrandde de mens in mij, terwijl ik ontvlocht
alleen maar van mij ook — van woede die griefde,
die soms ook zich goot in een liedje van liefde

maar deze — die zacht-rode vrouw van de strengen
verdomd dat ik weet aan wie die te brengen
ik laat haar maar los in de wind en verwaaien als as,
die neerslaat op lukrake handen, en niemand te pas.

vertaling: Arie van der Ent