Stadsgedicht: Bijna niemand


Bijna niemand
Naar het schijnt zou er een huis zijn,
op het oog niet zo apart.
Maar de schijn blijkt er juist schoner,
want het leeft daar naar het hart.
Bijna niemand weet hoe mooi het is,
behalve zij die voelen.
Die weten wat daarbinnen speelt.
Die al het moois bedoelen.
Bijna niemand weet hoe mooi het is,
maar die twee, de drie, het dier.
Die weten niet van beter,
maar zijn liefde en plezier.

Alleen zij weten hoe mooi het is.
Alleen zij kunnen beamen:
het zijn de klank, de geur, het ritme.
Het gaat verder dan hun samen.
Het is de schoorsteen op het dak,
waaruit soms tranen stomen.
Het zijn de luikjes voor het zwart,
die merries nachten laten dromen.
Het zijn de minder gave vlekken,
de beschutting van het dak.
Dat – ook al zou het lekken –
wordt bezien met groot gemak.

Bijna niemand weet hoe mooi het is.
Het is er zuiver puur.
Een eenheid die goud meer waard maakt
en zelfs een stuiver duur.
Bijna niemand weet hoe mooi het is.
Het is met goud omrand.
Maar het mooiste, nee, dat zie je niet.
Dat is de binnenkant.
Die brengt het licht naar buiten,
in elk donker houdt het stand.
Want daar waar een hart twee hoofden heeft,
neemt het liefde bij de hand


Over Cedric Muchall 49 Artikelen
Stadsdichter 2024-2026

1 Reactie

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.